VS Advocaten - Teamleden - Pieter-Bram Laegae

Verslag parlementaire onderzoekscommissie: een noodzakelijke stap naar erkenning voor overlevers – 24 maart 2026

Het verslag van de parlementaire onderzoekscommissie van 24 maart 2026 legt pijnpunten in justitie bloot en biedt perspectief op erkenning, herstel en een herstelfonds voor overlevers.

Sinds 2010 sta ik tal van overlevers bij die tijdens hun minderjarigheid het slachtoffer werden van verregaand seksueel misbruik gepleegd door “geestelijken”.

Mijn bijstand was meer van op de zijlijn. Intussen kregen mijn patron Mr. Christine Mussche en Mr. Walter Van Steenbrugge in de frontlinies van de zogenaamd geciviliseerde justitiële arena’s rake klappen te verduren.

Voor de jonge kracht die ik bij aanvang was, betekende het de start van een zeer lange weg, die spijts een burgerlijke procedure, procedures voor het centrum voor arbitrage, en spijts een gerechtelijk onderzoek tot op vandaag – bijna 16 jaar later – nog steeds niet heeft geleid tot de broodnodige erkenning voor de overlevers.

Veel van hen stond ik destijds bij in de kantoren van de Koning Boudewijnstichting om er te pleiten voor de schamele symbolische tegemoetkomingen die werden toegekend door de Permanente Arbitragekamer, afgekort als PAK…het was inderdaad moeten “pakken” wat we toegeworpen kregen.

Ik word telkens stil als ik terugdenk aan de gebroken stemmen waarmee werd verteld over mislukte professionele carrières, onmogelijke emotionele relaties, kapotte huwelijken, en vooral over het totaal kapotgemaakte vertrouwen in de medemens.

Nadat ik in Brussel in november 2020 in de kelders van het grote justitiegebouw ontdekte dat de meer dan 900 in beslag genomen kartons in 2014 werden teruggeven aan de kerk – zonder daarover de overlevers in te lichten – ben ik mijn vertrouwen in justitie verloren.

Kort geleden, op 24 maart 2026, werd door de derde parlementaire commissie die zich over de kerkzaak heeft gebogen, een zeer belangrijk verslag gestemd. Het volledige verslag van de onderzoekscommissie kunt u hier raadplegen.

In het verslag werden scherpe bedenkingen gemaakt bij het optreden van de hoogste actoren van de Belgische justitie: de minister van Justitie, de federale procureur, het parket-generaal,…

De commissie spreekt van “onjuist aangevoerde verantwoording”, “onderlinge strubbelingen”, “terugkerende communicatieproblemen”, “abnormaal veel brieven”.  De commissie schrijft talrijke keren dat zij bepaalde handelingen en ongepaste uitspraken “betreurt”, dat zij “zich verwondert” over verklaringen van hooggeplaatste magistraten.  Er wordt ook onbetwistbaar vastgesteld dat de overlevers op zeer belangrijke zittingen van de KIB te Brussel tot drie maal toe ten onrechte niet werden opgeroepen en zo uit het debat werden gehouden.

De commissie doet gelet op de bevindingen van haar doortastend onderzoek belangrijke aanbevelingen die raken aan de grondvesten van ons justitieel apparaat.

Aanbevelingen nr. 19 verdient volgens mij een speciale vermelding, want stelt dat de wenselijkheid moet worden onderzocht “van een kader voor de aan de minister gerichte verzoeken van burgers, waarin zij de nalatigheid van het parket of de onregelmatigheid van gerechtelijke beslissingen aan de kaak stellen”.

Ik ben na de lectuur van het verslag mijn vertrouwen in justitie aan het herwinnen.

Ik geloof erin dat met dit verslag als ruggensteun binnen korte termijn een herstelfonds zal worden opgericht dat eindelijk aan de overlevers een serieuze tegemoetkoming zal uitbetalen.

Dit kan hen in staat stellen hun vertrouwen in de medemens en in onze maatschappij te herwinnen.

Het spreekt last but not least voor zich dat het herstelfonds gefinancierd dient te worden door de rooms-katholieke kerk, en niet door de belastingbetaler.

Het geld van de belastingbetaler dient te worden besteed ter uitvoering van aanbeveling 37 van de Commissie:  “De onderzoekscommissie sluit zich aan bij de aanbevelingen van de Hoge Raad voor de Justitie om binnen de hoven en rechtbanken en de parketten de wetgeving op het welzijn op het werk toe te passen, de interne structuren te versterken en een adequaat HR-beleid te ontwikkelen opdat interne geschillen tussen leden van de rechterlijke orde worden opgelost.”

Hebt u vragen na het lezen van deze blogpost?Ik sta u graag te woord (Pieter-Bram.Lagae@vsadvocaten.be).