Overbevolkte gevangenissen en versnipperde noodmaatregelen: wat is de impact op de strafuitvoering in België?

Geactualiseerd op 09.04.2026

De overbevolking in de Belgische gevangenissen bereikt al maandenlang intrieste records en blijft alsmaar toenemen. Alleen al deze week werden 736 grondslapers geteld, maar liefst 26 meer dan de week voordien. België slaagt er al geruime tijd niet in de meest fundamentele mensenrechten binnen de gevangenismuren te waarborgen, en werd al meermaals veroordeeld voor onmenselijke detentieomstandigheden. Minister van Justitie Annelies VERLINDEN nam recent in een interview zelfs de term “recidivefabrieken” in de mond.

Een belangrijke oorzaak van de huidige overbevolking is de inwerkingtreding van enkele bepalingen van de Wet betreffende de externe rechtspositie (WERP). Deze bepalingen maakten een einde aan de vroegere, eerder semi-automatische toekenning van elektronisch toezicht voor bepaalde straffen tot en met drie jaar, met als uitdrukkelijke bedoeling ook de ‘korte’ gevangenisstraffen effectief uit te voeren. Hoewel toenmalig minister van Justitie Vincent VAN QUICKENBORNE de bijkomende instroom (in de toen reeds overbevolkte gevangenissen) schatte op 720 personen, blijkt vandaag dat meer dan 1600 extra gedetineerden met een gevangenisstraf tot en met drie jaar in de Belgische gevangenissen zijn terechtgekomen.

In een poging de overbevolking onder controle te krijgen, dienden in 2024 verschillende noodmaatregelen te worden genomen. Zo werd het verlengd penitentiair verlof ingevoerd, en werd de tenuitvoerlegging van gevangenisstraffen tot en met vijf jaar tijdelijk uitgesteld (vanaf 5 februari 2025 voor straffen tot en met drie jaar). Als gevolg daarvan wachten vandaag nog steeds duizenden veroordeelden op een ‘gevangenisbriefje’, zijnde een oproeping om zich aan te bieden in de gevangenis voor de uitvoering van hun straf. Dat zorgt niet alleen voor onrust en onvoorspelbaarheid bij de betrokkenen zelf, maar voedt ook maatschappelijke gevoelens van straffeloosheid en onbegrip.

Op 4 augustus 2025 trad vervolgens de ‘Noodwet overbevolking’ in werking.

Een eerste maatregel greep in op de instroom van gedetineerden, verwijzend naar artikel 7, §2 van het Strafwetboek dat de doelen bepaalt waarmee de rechter rekening moet houden bij het kiezen en bepalen van een straf. De gevangenisstraf moet daarbij als ‘ultimum remedium’ worden beschouwd. Legt een rechter een straf op van maximaal drie jaar, is hij wettelijk verplicht te motiveren waarom de beoogde strafdoelen niet door alternatieve straffen (zoals bijvoorbeeld een werkstraf of probatiestraf) kunnen worden bereikt.

Een tweede maatregel was opnieuw gericht op de uitstroom, en voorzag in een tijdelijke buitenwerkingstelling van de effectieve uitvoering van korte gevangenisstraffen tot en met drie jaar. Daardoor werd het voor kortgestraften eenvoudiger om hun straf op een alternatieve wijze (via elektronisch toezicht, beperkte detentie of voorwaardelijke invrijheidsstelling) uit te voeren. Oorspronkelijk wilde de wetgever de bevoegdheid om deze strafuitvoeringsmodaliteiten toe te kennen opnieuw bij de penitentiaire administratie leggen, doch na advies van de Raad van State bleef die toekenning een bevoegdheid van de strafuitvoeringsrechter (SUR).

In de praktijk is vandaag sprake van een quasi-automatische toekenning van dergelijke strafuitvoeringsmodaliteiten voor kortgestraften. De WERP voorziet immers, naast de tijdsvoorwaarden, slechts één voorwaarde en één tegenaanwijzing: 1) de veroordeelde moet beschikken over een verblijfplaats, en 2) er mag geen direct waarneembaar risico bestaan voor de fysieke integriteit van derden. Bevindt een veroordeelde zich bij de start van zijn detentie al in de tijdsvoorwaarden om voor een strafuitvoeringsmodaliteit in aanmerking te komen, dan kan hij meteen een aanvraag indienen wanneer hij zich aanbiedt in de gevangenis. Bij een positief advies van de directie wordt de strafuitvoering opgeschort in afwachting van een beslissing van de strafuitvoeringsrechter, waarbij de betrokkene voorlopig opnieuw naar huis kan. Idealiter adviseert de directie meteen na de aanvraag. Bij een gunstige beslissing, kan de betrokkene meteen beschikken, waardoor er geen celcapaciteit verloren gaat.

Met het zeer recente akkoord dat op 19 maart 2026 werd goedgekeurd door het kernkabinet, tracht de regering opnieuw maatregelen te nemen die de uitstroom van gedetineerden moeten bevorderen. Daarbij is sprake van een zogenoemde ‘strafkorting’ van 18 maanden. Concreet zouden veroordeelden met een gevangenisstraf tot en met 18 maanden hun volledige straf onder elektronisch toezicht kunnen uitvoeren. Voor straffen van meer dan 18 maanden tot en met 10 jaar, zouden de laatste 18 maanden eveneens via elektronisch toezicht kunnen worden uitgevoerd, met andere woorden in de vorm van thuisdetentie in plaats van detentie in de gevangenis. Tot slot zou de toepassing van de ‘Noodwet overbevolking’ worden verlengd tot eind 2027. Hoewel de minister van Justitie aangaf dat de bevoegdheid om elektronisch toezicht toe te kennen nog steeds bij de strafuitvoeringsrechter zou liggen, is voorlopig nog onduidelijk op basis van welke voorwaarden en/of tegenaanwijzingen deze afweging zou moeten gebeuren.

Opvallend is dat bij al deze maatregelen steevast bepaalde categorieën veroordeelden worden uitgesloten op grond van de aard van het door hen gepleegde misdrijf. Dat geldt bijvoorbeeld voor zedenfeiten gepleegd op minderjarigen of met hun deelneming, terroristische misdrijven of veroordeelden die tekenen vertonen van gewelddadig extremisme.

Volgens de Minister van Justitie moeten deze nieuwe maatregelen ervoor zorgen dat het aantal grondslapers in de Belgische gevangenissen met enkele honderden daalt. Die redenering miskent echter een belangrijke nuance. Het aantal grondslapers is slechts één zichtbare indicator van een veel ruimer probleem. De Belgische gevangenissen beschikken over een maximumcapaciteit van 11.296 plaatsen, terwijl de kaap van 13.000 gedetineerden al sinds het najaar van 2025 is overschreden. Nog vóór de inwerkingtreding van de nieuwe maatregelen lijkt het dus al duidelijk dat ze ruimschoots onvoldoende zullen zijn om de overbevolking structureel aan te pakken.

De opeenvolgende noodmaatregelen maken vooral duidelijk dat de problematiek van de overbevolking al lang niet meer onder controle kan worden gehouden met tijdelijke ingrepen. Wat ontstaat, is een steeds complexer en minder voorspelbaar kader van strafuitvoering, dat leidt tot rechtsonzekerheid voor zowel veroordeelden als slachtoffers. In een context waarin regels, uitzonderingen en overgangsmaatregelen elkaar in sneltempo opvolgen, is grondige en tijdige juridische bijstand essentieel om de rechtspositie van alle betrokkenen correct in te schatten en te bewaken.

VS Advocaten maakt u graag wegwijs in dit kluwen en bezorgt u een advies op maat.

Hebt u vragen na het lezen van deze blogpost?Ik sta u graag te woord (Eline.Valentyn@vsadvocaten.be).