Kan iemand die seksueel misbruikt werd binnen de Kerk, eisen dat zijn/haar naam uit het doopregister wordt geschrapt? De advocaat-generaal van het Hof van Justitie van de Europese Unie meent van wel.

Kan iemand die seksueel misbruikt werd binnen de Kerk, eisen dat zijn/haar naam uit het doopregister wordt geschrapt? De advocaat-generaal van het Hof van Justitie van de Europese Unie meent van wel.

1. Situering

In een Belgische zaak heeft de advocaat-generaal L. Medina van het Hof van Justitie van de Europese Unie, op 1 oktober 2026 een belangrijk advies uitgebracht.
Het advies betreft de vraag of iemand die zich wil laten “ontdopen” kan eisen dat zijn/haar naam uit het doopregister geschrapt wordt.

Op vandaag is het zo dat dergelijke vraag altijd wordt beantwoord door 1) in de rand van de doopakte te melden “heeft de Kerk verlaten” en 2) door het aanbrengen van twee diagonale, elkaar kruisende strepen door de akte. De naam van de gedoopte blijft wel leesbaar. Het verwijderen van de naam of van de doopakte wordt altijd geweigerd.

Omdat sommige kerkverlaters niet akkoord gingen met deze werkwijze hebben ze de zaak voor de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) gebracht. Ze kregen een positieve beslissing: de bestaande praktijk was voor de GBA niet aanvaardbaar. De Kerk heeft tegen die beslissing beroep ingesteld bij het Marktenhof in Brussel (deel van het Hof van Beroep in Brussel). Deze rechtbank heeft een vraag gesteld aan het Hof van Justitie. VS Advocaten is in de procedure voor het Hof van Justitie tussengekomen, onder andere ter verdediging van slachtoffers van misbruik binnen de Kerk.

2. Wat zegt de advocaat-generaal?

Kort samengevat komt het advies op het volgende neer.

  • Wie als kind gedoopt werd, heeft het principieel recht te vragen dat zijn/haar naam uit het doopregister geschrapt wordt.
  • Het noteren in de rand van de doopakte dat de betrokkene de Kerk verlaten heeft en het doorkruisen van de akte zijn geen wissing.
  • De praktijk dat door de Kerk automatisch de wissing wordt geweigerd is niet in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Met andere woorden: wat de Kerk nu doet is fout.
  • Bij het behandelen van de vraag moet het belang van de Kerk afgewogen worden tegenover de belangen van diegene die de vraag stelt. Hieromtrent zegt de advocaat-generaal het volgende: “Het argument van sommige partijen (het gaat hier over VS Advocaten – JVL) die opmerkingen hebben ingediend, dat iemand die traumatische gebeurtenissen heeft meegemaakt in zijn contacten met andere leden van een religieuze gemeenschap ernstige psychologische (of, in extreme gevallen, zelfs fysieke) schade zou kunnen ondervinden door het besef dat die gemeenschap zijn persoonsgegevens blijft bewaren, omdat zij hun band als blijvend beschouwt, snijdt zeker hout. In de forensische psychologie wordt veel gesproken over het idee dat sommige slachtoffers wellicht behoefte hebben aan een bepaalde vorm van „afsluiting” van hun ervaringen uit het verleden. Het is dus aannemelijk dat het in bepaalde gevallen voor de betrokkene van belang kan zijn om psychologisch gezien de zekerheid te hebben dat alle banden met zijn voormalige religieuze gemeenschap definitief zijn verbroken of, met andere woorden, dat deze gemeenschap gevolg heeft gegeven aan zijn verzoek om te worden vergeten”
  • Om het eenvoudig te zeggen: slachtoffers van seksueel misbruik binnen de Kerk hebben – jammerlijk genoeg – sterke argumenten om te eisen dat hun naam uit het doopregister wordt geschrapt (onleesbaar gemaakt, bedekt,…).

Kerkelijke instanties moeten eindelijk leren dat de kerkelijke belangen soms moeten wijken voor de privacy en het zelfbeschikkingsrecht van mensen. Als de kerk dan bovendien niet in staat is geweest om seksueel misbruik te vermijden (of de wil ontbrak/ontbreekt om er tegen in te gaan), moet ze effectief positief antwoorden op de wensen van de slachtoffers.

Het advies van de advocaat-generaal is niet bindend. De rechters moeten nu beslissen. Het advies wordt vaak gevolgd, maar zeker niet altijd. Het wordt dus nog even afwachten. Maar een belangrijke stap is gezet.

 

Prof. Em. Dr. Johan Vande Lanotte
2 oktober 2026