Afgelopen weekend trachtte ik in diverse boekhandels het boek “Cum Fraude” aan te kopen.
Vergeefs want uitverkocht, een best-seller blijkbaar.
Inmiddels las ik Humo dat uittreksels van het boek bevatte en ondermeer enkele telefoongesprekken citeerde tussen magistraten, al dan niet direct betrokken bij de fraude rond het magistraten-examen.
Ontluisterend maar evenzeer ontmoedigend, in die mate dat ik niet meer zinnens was het ganse boek te lezen.
Je wordt er stil van, en al zeker als je beseft dat je zelf al bijna veertig jaar deel uitmaakt van wat wij “de rechterlijke orde” noemen, ook al is dat laatste substantief nu wel slecht gekozen.
Gesjacher met examenvragen binnen de magistratuur als ultieme morele incest. West-Vlaamse procureurs die hun eigen nageslacht de tabbaard in hielpen. Enkel een handjeklap ontbrak nog.
De rechterlijke macht leeft bij de gratie onbesproken te zijn. De magistratentoga verdraagt geen smet noch kreuk.
Met gezag over anderen oordelen gebeurt met onberispelijk fatsoen.
Als onderdeel van de “trias politica” rust de rechterlijke macht op een absolute onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit.
Zonder dit formele gezag zouden rechterlijke tussenkomsten al te vaak vrijblijvend zijn en verliest de rechtspraak haar belangrijke maatschappelijke functie.
Benoemd worden als magistraat via fraude om vervolgens over fraudeurs te oordelen, het kan nauwelijks paradoxaler.
Deze magistratuur ligt niet in de goot, ze rolt er laveloos in rond.
Om vervolgens, als klap op de vuurpijl, nog te schieten op de onverschrokken klokkenluidster.
Je zou de schade nog kunnen beperken door de rotte appels uit de mand te nemen. Probleem is wel dat er blijkbaar geen zekerheid is hoever de verrotting draagt, nu de percentages van de geslaagde examinandi per provincie opvallend verschilden.
“Cum Fraude” als rauwe West-Vlaamse tragiek die doet denken aan het Rome van Julius Caesar.
Caesar werd kort voor de jaartelling omringd door verraders, trok zijn toga over het hoofd en sprak Brutus de legendarische woorden toe: “Tu quoque fili mi”…
Walter Van Steenbrugge
29 september 2026
