Mijn liefde voor het recht stamt uit 1982.
Steevast op vrijdagmiddag doceerde professor Willy Calewaert het vak “algemene rechtsleer” aan de Gentse universiteit.
Calewaert had een verleden als substituut-krijgsauditeur waarin hij betrokken was bij de vervolging van oorlogsmisdrijven, zetelde jaren in het parlement, werd tweemaal minister van onderwijs en cultuur, ook nog van openbaar ambt, maar was bovenal advocaat.
In alles wat hij deed en zegde spon hij ragfijn een draad van mensenrechten.
Geboren in 1916 wist hij als geen ander wat een oorlog was en wat verraad inhield.
Het Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat in 1950 na WO II tot stand kwam, was zijn bijbel.
Redenaar pur sang. Zonder pleinvrees maar met fluwelen stem en met een mij steeds bijblijvende speelsheid in de ogen wees hij op het grote belang van het verdrag voor de 47 lidstaten van de Raad van Europa.
Vanaf 1950 zou immers boven iedere nationale rechtsregel het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens gelden en dienden de uitspraken van het Mensenrechtenhof obligaat gevolgd. Het Duitsland van Hitler mocht zich nooit nog herhalen.
Willy Calewaert zette met een paradijs van voorbeelden de jonge studenten aan te vechten voor de waarden en principes van het verdrag.
Vier decennia later blijft van zijn “legacy” niet veel meer over.
Vandaag wordt met een zekere dédain op de mensenrechten neergekeken.
De burger weet nauwelijks nog wat het Verdrag uit 1950 inhoudt en elk lullig mediaverhaal wordt serieuzer bevonden dan een vraagstuk over mensenrechten, hoe goed Trump ook zijn best doet om platvloers en onbeschaamd met fundamentele rechten om te springen.
Dat het buitenspel zetten van het Europees Verdrag – hoe langer hoe meer ook door de politiek – de rechtsstaat bedreigt, wordt amper beseft.
Weinig onderzoeksjournalisten zijn nog te bewegen om uitspraken van Straatsburg toe te lichten. De behoefte aan verdieping kwijnt weg.
Maar ook justitie – die het Verdrag verplichtend moet toepassen – haalt soms de neus op voor de arresten die het Mensenrechtenhof over de maatschappij afroept. Vele magistraten weten dat deze Europese rechtspraak veel te laat komt om eigen foute rechtspraak nog te “overrulen” en kiezen voor het buikgevoel.
VS Advocaten behaalde de jongste jaren vele mooie en principiële successen in Straatsburg.
Het belang van de zaken Yalcinkaya, Kuris en vorige week nog Kaya t. België kan niet worden overschat en mag niet worden onderschat.
De strijd voor mensenrechten mag nooit verdwijnen.
Evenmin mijn herinnering aan de Antwerpse professor die misschien wel de belangrijkste hoogleraar is geweest die de Gentse universiteit rijk is.
Die herinnering geeft hoop en verdrijft sombere momenten.
Walter Van Steenbrugge
26 januari 2026
