advocaat walter van steenbrugge

Het woord van Walter – 19 april 2026

De zaak Inez Weski, waarin de pleidooien zopas werden beëindigd en het nog enkel wachten is op het verdict, houdt me reeds weken in de ban.

Ik pleitte nog samen met haar in Hasselt in de fel besproken Aquino-zaak.

Om eerlijk te zijn, we lagen elkaar niet al te best.

Dat kwam door haar specifieke stijl. Niet de gothic-looks hielden mij wat op afstand maar wel de weinige aandacht die ze schonk aan de concrete inhoud van het dossier. Ze vertolkte ter zitting belangrijke rechtsprincipes maar paste die, naar mijn aanvoelen, onvoldoende toe op de casus die op tafel lag. Met enkel principes haal je het niet, dacht ik toen.

Wel kon ik haar smaken in de commentaren achteraf met de pers.

Ze zegde waar het op stond, hield geen blad voor de mond. “Mag iemand die verdacht wordt van zware feiten nog wel verdedigd worden?” liet ze vloeiend uit haar scherpe mond komen, waarna de voordien luid toeterende toeschouwer kon beginnen nadenken over de waarden van de rechtsstaat.

Weski vermeed parochiedebatten, de “rule of law” was voor haar meer dan heilig. Haar vak verliet haar nooit, ze leefde op de walmen van het criminelenleed.

Boeman en schrik van elk parket.

De strafeis van dat parket luidt thans 4,5 jaar celstraf voor het beweerd heulen met de top van de mocro-maffia.

Weski, inmiddels 71 jaar, is klaarblijkelijk ernstig ziek, heeft hartklachten en zou suïcidale neigingen vertonen.

De toga werd intussen afgelegd, er zijn nu meer tranen dan woorden.

Over Weski worden vandaag veel gespierde uitspraken gedaan en velen wanen zich rechter boven rechter.

Dat is weinig zinvol nu de rechtbank er voor opteerde om de uitgewisselde communicatie tussen cliënt en advocaat niet publiekelijk te maken. Enkel de procespartijen en de rechters weten wat de precieze inhoud is van de berichten en verzoeken. Dit om redenen van geheimhouding die de verdediging over deze communicatie afroept.

De kennis van de precieze inhoud van de geviseerde teksten is nochtans cruciaal voor de beoordeling.

Een advocaat mag uiteraard geen hand- en spandiensten verrichten voor cliënten als deze de lijn van de verdediging te buiten gaan.

Beroepsmisdrijf heft het beroepsgeheim op.

Een advocaat staat evident niet boven de wet. Hij heeft ten andere als lid van de rechterlijke orde een voorbeeldfunctie.

Daarnaast is het wel zo dat het beroep van de strafrechtadvocaat een speciaal métier is.

De gevangenis is zijn werkplek. Kolkende broeihaard van problemen en frustraties, menselijke miserie in zijn meest grillige vormen.

De advocaat fungeert als eerste schokdemper. Van hem wordt ook verwacht dat hij voor zijn cliënt aan een snel herstel werkt, dat hij zorgt voor diens terugkeer naar de maatschappij, naar de geliefde familie, voor zover die al bestaat.

De advocaat moet als een psycholoog kunnen luisteren, uren soms dagen, om het hoe en het waarom te achterhalen.

Daarnaast moet hij, liefst per direct, de feiten die geleid hebben tot de arrestatie weten om te zetten in juridische taal, want gevangenschap berust nu eenmaal op wetgeving en rechtspraak, en die is per definitie technisch.

De gevangenen zijn soms zeer veeleisend. De advocaat wordt hierbij niet zelden onder druk gezet. Familieleden en zelfverklaarde vrienden willen vernemen wat er precies gebeurd is en dat pleegt een advocaat te weten want hij heeft exclusief toegang tot de dossiergegevens. Het beroepsgeheim moet strak aangespannen worden, maar toch willen derden, die in een aantal gevallen ook de erelonen van de opgeslotenen ophoesten, weten waarom ze betalen. Gevaren voor niet toegelaten informatie-overdracht loeren hierbij zo om de hoek. Alles voltrekt zich bovendien binnen onwaarschijnlijke tijdslimieten, want iedere dag gevangenschap is voor de cliënt een dag teveel.

De strafrechtadvocaat is de spreekbuis van zijn cliënt, die de wet kent en de onderdrukte tegen de suprematie van de gerechtelijke overheid met lef beschermt.

Anderzijds is er de strikte deontologie die voorschrijft dat hij voldoende afstand moet nemen van de persoon die hij verdedigt. Hij gaat daarom best niet met zijn cliënt kickboksen, laat staan hem vergezellen naar de discotheek of de nachtclub.

De strafrechtadvocaat behoort te leven als een topsporter: ascetisch, gedisciplineerd in dagindeling met een absolute onthouding van ieder verdovend middel, ofschoon de bergen ellende die worden meegetorst soms makkelijk voor een vlucht uit de realiteit doen kiezen.

Daarenboven is er ook nog zijn vergankelijk financieel bestaan. De erelonen laten zich niet regelen zoals bij de dokter : even de identiteitskaart afgeven en de betaling inwachten via de sociale verzekering. Betaling bekomen voor het vele en harde werk -dat zelden door de cliënt naar waarde wordt geschat- is dikwijls een lastige onderneming. Niet enkel om na te gaan of het geld wel een deugdelijke herkomst heeft maar ook om het tijdig te bekomen, want eens vrij worden gemaakte beloftes makkelijk gebroken. Dat incassowerk vergt een strikte financiële hygiëne, die bijkomende spanning induceert.

Tot slot maakt een goed strafrechtadvocaat zich niet altijd geliefd. Hij is de opponent van het steeds machtiger wordende openbaar ministerie en wordt door de publieke opinie dikwijls geïdentificeerd met zijn cliënt.

Het leven van de strafpleiter is dus een permanent lopen over een explosief mijnenveld en is vaak een heel eenzaam bestaan.

Het zal nu zaak zijn voor de Nederlandse rechters om de communicatie tussen Weski en haar cliënt, voor zover op wettige wijze bekomen, haarfijn te ontleden en te analyseren.

Indien er finaal schuld aan Weski’s rol zou kleven volgt evident een sanctie maar moet, zoals voor iedere andere burger, rekening gehouden worden met alle omstandigheden en mag de gevangenisstraf slechts als ultimum remedium worden opgelegd.

Een rechtbank dient nooit om oude openstaande rekeningen te vereffenen, is geen galgenhuis.

 

Walter Van Steenbrugge
19 april 2026