Een kind spoelt aan op het strand.
Hier. Onder het hoge zonlicht.
Opgesloten in een fles.
Een sterk theaterbeeld, denken we misschien.
Maar voor te veel kinderen is onveiligheid geen theater.
Het is wakker liggen en denken aan de gruwel van oorlog en geweld.
Het is niet durven vertellen wat iemand met je gedaan heeft.
Het is afscheid nemen van je ouders, je vrienden, je klas, je kamer — zonder te weten of je ooit terugkeert.
Het is herinnerd worden aan lijken, geweren en zakken meel waaruit gegeten werd.
Het is vluchten voor bommen.
Maar ook vluchten naar je slaapkamer.
Naar de speelplaats.
Naar een plek waar niemand je ziet, die je wellicht nooit vindt.
Waar het woord liefde niet bestaat.
Weet U dat wereldwijd en jaarlijks zowat 117 miljoen mensen gedwongen op de vlucht zijn?
Waarvan duizenden op zee omkomen, verdronken?
Mensenrechtenschendingen spelen zich niet alleen af in vreemde gebieden of in landen waarvan we de naam nauwelijks kunnen uitspreken.
Ze gebeuren ook naast ons.
Bij de vrouw die thuis voortdurend op haar hoede is en misbruikt wordt.
Bij de oudere die moet kiezen tussen verwarming en voeding.
Bij de werknemer die wordt uitgebuit omdat hij bang is zijn verblijfsrecht of zijn inkomen te verliezen.
Bij de jongere die online wordt vernederd en merkt dat honderden mensen meelachen.
Bij de verdachte die al veroordeeld is vóór een rechter naar hem heeft geluisterd.
Bij het kind dat mishandeld wordt.
Wist U dat er jaarlijks meer dan 11000 meldingen binnen komen bij het Vetrouwenscentrum wegens mishandeling.
Waarvan insiders het reële aantal voor Vlaanderen en Brussel op meer dan 60 000 schatten, zowat 32 mishandelde kinderen per dag?
Dat 750 kinderen per jaar als vermist worden opgegeven, waarvan er 250 kunnen teruggevonden worden?
Achter ieder cijfer zit een gezicht.
Een naam.
Een moeder die wacht.
Een kind dat niet begrijpt waarom niemand komt.
Wat doet het met een mens wanneer veiligheid verdwijnt?
Wanneer je lichaam voortdurend gevaar voelt?
Wanneer je niemand meer vertrouwt?
Angst verdwijnt niet wanneer het geweld stopt.
Ze kruipt in je slaap, je relaties, je zelfbeeld en soms in de rest van je leven.
Wie van ons heeft eigenlijk verdiend waar zijn wieg stond?
Wie heeft verdiend geboren te worden in een warm huis, met ouders die zorgden, een school die kansen bood en een samenleving die bescherming gaf?
We hebben geluk gehad.
Dat is iets anders dan verdienste.
En ieder van ons kan kwetsbaar worden.
Door ziekte.
Door verlies van werk.
Door een scheiding.
Door geweld.
Door ouderdom.
Door oorlog.
Door één beslissing van iemand met meer macht.
Mensenrechten zijn daarom niet alleen rechten voor vluchtelingen, gevangenen, minderheden of mensen die “anders” zijn.
Mensenrechten zijn er voor ons allemaal.
Vooral op het moment dat we niet sterk genoeg zijn om onszelf te verdedigen.
Toch horen we steeds vaker dat sommige mensen minder bescherming verdienen.
Dat ze profiteren.
Dat ze gevaarlijk zijn.
Dat we ze beter uitsluiten, opsluiten of terugsturen.
We maken een foto, zetten er een belediging onder en sturen ze door.
We lachen.
Tot wijzelf op de foto staan.
“Eigen volk eerst”, klinkt het.
Maar wie is dat eigen volk?
Wie bepaalt wie erbij hoort?
De buurman met een Vlaamse naam die hier geboren is?
De verpleegkundige met een andere huidskleur?
De arbeider die het werk doet dat niemand anders wil doen?
De voetballer voor wie we juichen zolang hij scoort?
Op het moment dat iemand de macht krijgt om te bepalen wie volledig mens is en wie niet, zijn de mensenrechten in gevaar.
Ontmenselijking begint zelden met geweld.
Ze begint met woorden.
Met grapjes.
Met etiketten.
Met “die mensen”.
Met het idee dat haat slechts een mening is en vernedering onder vrije meningsuiting valt.
De geschiedenis leert ons waar dat kan eindigen.
Na de Tweede Wereldoorlog werd gezegd: nooit meer.
Niet alleen: nooit meer oorlog.
Maar ook: nooit meer een staat die zelf beslist welke mensen rechten hebben.
Daarom kwam in 1950 het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Geen abstract document voor rechters en professoren.
Een schild voor iedere burger.
Het zegt dat de overheid jouw leven en veiligheid moet beschermen
Dat niemand onmenselijk mag worden behandeld.
Dat niemand willekeurig mag worden opgesloten.
Dat iedereen recht heeft op een eerlijk proces.
Dat jouw privéleven en gezin bescherming verdienen.
Dat je mag spreken en denken.
Dat je niet mag worden gediscrimineerd om je afkomst, geslacht, geaardheid, geloof of overtuiging.
Dat zijn geen gunsten.
Geen prijzen die je moet verdienen door braaf, nuttig, rijk of populair te zijn.
Het zijn rechten.
Juist voor wie alleen staat.
Juist voor wie ongewenst is.
Juist voor wie geen stem heeft.
Vandaag staan die rechten onder druk.
Internationaal, maar ook hier.
Soms verdwijnen ze geruisloos.
Wanneer we wegkijken.
Wanneer vernedering normaal wordt.
Wanneer efficiëntie belangrijker wordt dan rechtvaardigheid.
Wanneer veiligheid een excuus wordt om iedereen verdacht te maken.
Wanneer we denken: het gaat toch niet over mij.
Maar mensenrechten gaan altijd over jou.
Over jouw kind wanneer het zorg nodig heeft.
Over jouw vader wanneer hij afhankelijk wordt.
Over jouw partner wanneer die onterecht wordt beschuldigd.
Over jou wanneer je mening niet welkom is.
Over ons allemaal wanneer de macht niet langer wordt begrensd.
Het is later dan vijf voor twaalf.
Mensenrechten zijn onze kroonjuwelen.
Daar sjacher je niet mee.
Ze zijn geen speeltje voor juristen, academici of politici.
Ze protesteren tegen misbruik van macht en willekeur.
Tegen barbarij.
Daarom roep ik de kunstenaars van TAZ op:
Doe verder!
Geef niet, nee nooit, op!
We hebben U meer dan nodig!
Maak nog meer zichtbaar wat anderen liever verborgen houden.
Laat ons voelen wat cijfers niet kunnen vertellen.
Maak ons ongemakkelijk.
Maak ons kwaad.
Maar maak ons vooral opnieuw mens.
Ik roep scholen op om kinderen niet alleen te leren wat mensenrechten zijn, maar ook wat hun verantwoordelijkheid is wanneer de rechten van een ander worden geschonden.
Het Europees Verdrag in plaats van die bijbel of die Koran, religies induceren ook vaak oorlog.
En ik roep ieder van ons op om niet te wachten tot iemand anders reageert.
Spreek wanneer iemand wordt vernederd.
Kijk niet weg wanneer iemand wordt uitgesloten.
Blijf vragen stellen wanneer macht geen tegenspraak verdraagt.
Wees niet onverschillig want onverschilligheid is des duivels, het grote kwaad.
Een kind spoelt aan in een fles.
Misschien draagt die fles een boodschap.
Niet: red mij.
Maar: zie mij.
Zie in mij niet de vluchteling, de vreemdeling, het slachtoffer of het probleem.
Zie een mens.
Zoals jij.
Human rights are non-negotiable.
Wie van ons durft dat niet alleen te zeggen, maar er ook naar te handelen?
Walter Van Steenbrugge
Oostende, TAZ, 29 juli 2026
