Transparantieplicht voor AI vanaf 2 augustus 2026: wat verandert er concreet voor uw onderneming?

Op 2 augustus 2026 gaat een volgende fase van de Europese AI Act[1]in: de transparantieverplichtingen van artikel 50 worden van toepassing. Vanaf dan moet u als aanbieder of gebruiksverantwoordelijke van een AI-systeem kenbaar maken wanneer een gebruiker met AI te maken heeft, of wanneer content kunstmatig werd gegenereerd of gemanipuleerd.

Voor ondernemingen die vandaag al AI inzetten, van een klantendienstchatbot tot AI-gegenereerde marketingcontent, loont het de nieuwe verplichtingen nader te bestuderen. Wij zetten de verschillende verplichtingen en hun toepassingsvoorwaarden hieronder op een rij.

I. Transparantieverplichtingen onder art. 50: wie, wat en hoe?

Artikel 50 AI Act verdeelt de verplichtingen tussen twee actoren: de aanbieder (diegene die het AI-systeem ontwikkelt of laat ontwikkelen en op de markt brengt onder eigen naam of merk), en de gebruiksverantwoordelijke (diegene die een AI-systeem onder eigen verantwoordelijkheid gebruikt in het kader van een beroepsactiviteit).

Het toepassingsgebied kent drie aanknopingspunten. Aanbieders vallen onder de verordening zodra zij een AI-systeem in de Europese Unie in de handel brengen of in gebruik stellen, ongeacht of zij zelf in de EU of in een derde land gevestigd zijn. Gebruiksverantwoordelijken vallen eronder wanneer zij hun vestigingsplaats in de Unie hebben of zich daar bevinden, ongeacht waar de output van het systeem wordt gebruikt. Voor aanbieders én gebruiksverantwoordelijken die in een derde land gevestigd zijn, geldt een aanvullend criterium: zij vallen eveneens onder de verordening wanneer de door het systeem gegenereerde output in de Europese Unie wordt gebruikt.[2]

De verplichtingen voor gebruiksverantwoordelijken gelden enkel wanneer AI-systemen met transparantierisico’s voor professionele doeleinden worden ingezet. Wie AI louter in de privésfeer gebruikt, blijft buiten schot.

De informatie moet uiterlijk bij een eerste interactie of publicatie worden verstrekt, op een duidelijke, herkenbare en toegankelijke manier. Er zijn vier deelverplichtingen, de eerste twee gelden voor de aanbieder, de laatste twee voor de gebruiksverantwoordelijke:

§1 Interactieve AI-systemen

Bouwt u een chatbot of een gelijkaardig systeem dat rechtstreeks met mensen praat? Dan moet u dat zo ontwerpen dat de gebruiker weet dat hij met AI spreekt. Een belangrijke uitzondering geldt wanneer dit vanuit het perspectief van een “redelijk geïnformeerde, oplettende en omzichtige” persoon toch al vanzelfsprekend is.

  • Voorbeeld: Een softwarebedrijf ontwikkelt en commercialiseert een AI-telefoonassistent die voor huisartsenpraktijken afspraken inboekt, met een natuurlijk klinkende stem. Als aanbieder moet het bedrijf de mededeling in het systeem inbouwen: de assistent meldt bij aanvang van elk gesprek dat de beller met AI spreekt. Het volstaat niet dat de praktijk dit op haar website of in haar privacyverklaring vermeldt, de plicht rust immers op de aanbieder en moet in het ontwerp zitten.

§2 Synthetische content (tekst, beeld, audio, video)

Aanbieders van AI-systemen die synthetische audio, beelden, video of tekst genereren, moeten ervoor zorgen dat de output in een machineleesbaar formaat wordt gemarkeerd en detecteerbaar is als kunstmatig gegenereerd of gemanipuleerd. De technische oplossing moet doeltreffend, interoperabel, robuust en betrouwbaar zijn, voor zover dat technisch haalbaar is. Er geldt een uitzondering voor wanneer de AI louter een ondersteunende functie heeft, bijvoorbeeld voor spellingscorrectie, of wanneer het de input niet substantieel wijzigt.

  • Voorbeeld: Een fotobewerkingstool met generatieve functie voegt aan elk gegenereerd beeld machineleesbare herkomstmetadata en een watermerk toe. Voert de tool enkel een gebruikelijke automatische kleurcorrectie of ruisonderdrukking uit, dan gaat het om een ondersteunende functie voor standaardbewerking en geldt de plicht niet.

§3 Emotieherkenning en biometrische categorisering

Gebruiksverantwoordelijken die systemen voor emotieherkenning en biometrische categorisering (bijvoorbeeld leeftijds- of geslachtsclassificatie) gebruiken, moeten de blootgestelde personen daarover informeren. Deze systemen kunnen een indringend karakter hebben voor het privéleven van betrokkenen zodat ook bestaande wetgeving inzake privacy en gegevensbescherming (art. 8 EVRM, art. 7-8 Handvest EU, AVG) steeds in rekening is te brengen.

  • Voorbeeld: Een callcenter analyseert de stem van bellers op frustratiesignalen om gesprekken te optimaliseren. Bij aanvang van het gesprek wordt gemeld dat een systeem voor emotieherkenning wordt gebruikt. Idem voor een winkel die camerabeelden gebruikt om klanten in leeftijdscategorieën in te delen.

§4 Deepfakes en AI-gegenereerde tekst van algemeen belang

Wie een deepfake publiceert, moet bekendmaken dat de content kunstmatig is. Bij een werk dat “kennelijk artistiek, creatief, satirisch, fictief of analoog” is, volstaat een discretere melding die het genot van het werk niet verstoort. Een gelijkaardige verplichting geldt voor tekst: AI-gegenereerde tekst over aangelegenheden van algemeen belang (politiek, economie, gezondheid) moet even duidelijk gelabeld worden, tenzij de tekst werd gecontroleerd door een mens en een mens redactionele verantwoordelijkheid draagt.

  • Voorbeeld: publiceert u als magazine een AI-gegenereerde afbeelding van een politicus in een compromitterende situatie, dan valt u onder de bekendmakingsplicht, behoudens wanneer het overduidelijk satirisch is bedoeld.
  • Voorbeeld 2: Een nieuwssite publiceert automatisch gegenereerde artikels over recente gerechtelijke uitspraken. Zonder menselijke nalezing moet vermeld worden dat de tekst AI-gegenereerd is. Leest een redacteur de tekst na en draagt hij de redactionele verantwoordelijkheid, dan valt de plicht weg.

De EU biedt drie optionele pictogrammen aan om AI-gegenereerde inhoud te labelen.[3]

II. Uitzondering voor opsporing van strafbare feiten

De transparantieverplichtingen gelden niet voor wettelijk toegelaten gebruik voor opsporing, preventie, onderzoek of vervolging van strafbare feiten. Te denken valt aan een undercoveroperatie die deepfakes gebruikt om in contact te komen met een verdachte van kindermisbruik of drugshandel. Een AI-systeem in zulke operaties vooraf aankondigen zou daar zijn doel voorbijschieten.

III. Key take-aways: wat betekent dit concreet voor uw onderneming?

  • Inventariseer uw AI-toepassingen en bepaal per toepassing uw rol. Bent u gebruiksverantwoordelijke of, door labeling of aanpassing, toch aanbieder?
  • Bouw de mededeling in. Een vermelding bij het openen van de chatbot, een label bij AI-gegenereerd beeldmateriaal, een kennisgeving bij emotie- of biometrische systemen.
  • Toets elke AI-toepassing ook aan de onderliggende grondrechten en andere juridische verplichtingen. Denk aan portret- en auteursrecht bij deepfakes, aan privacy en gegevensbescherming, of aan het recht op non-discriminatie bij emotieherkenning of biometrische categorisering. Transparantie alleen volstaat niet als de onderliggende verwerking zelf al problematisch is.

Inbreuken op artikel 50 kunnen worden bestraft met een administratieve geldboete tot €15 miljoen of 3% van de wereldwijde jaaromzet, waarbij het hoogste bedrag geldt (art. 99, 4), g) AI Act)[4]. Voor kmo’s geldt het laagste van deze beide plafonds. Bij de beoordeling weegt onder meer of u de inbreuk zelf hebt gemeld en welke technische en organisatorische maatregelen u had genomen: een gedocumenteerde AI-inventaris kan dus ook een verzachtende omstandigheid uitmaken.

 

VS Advocaten volgt de ontwikkelingen rond de AI Act op de voet. Vragen over de impact van deze transparantieverplichtingen op uw onderneming? Neem contact op met ons team!

 

Heleen Van Cauwenberge
Cézanne Van den Bergh
31.07.2026

 

[1] Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828

[2] Zie Artikelen 2(1)(a), (b) en (c), 3(3), (9) en (11) AI Act.

[3] https://digital-strategy.ec.europa.eu/nl/policies/eu-icons-labelling-ai-generated-content. Zie voor verdere gedetailleerde plaatsingsspecificaties de EU praktijkcode betreffende het markeren en etiketteren van door AI gegenereerde inhoud.

[4] Zie artikel 99, (4), (g) en 99(6) AI Act.