1. Wat verandert er precies?
De nieuwe belasting is van toepassing op meerwaarden op financiële activa die natuurlijke personen in hun privésfeer realiseren. Het gaat daarbij om financiële instrumenten (aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, opties, ..), bepaalde verzekeringscontracten, crypto-activa en valuta.
Een meerwaardebelasting is in het Belgische recht op zich geen nieuw gegeven. Meerwaarden op aandelen konden al belastbaar zijn in het kader van een beroepsactiviteit of een abnormaal privévermogensbeheer, en meerwaarden op een bouwgrond zijn al langer belast bij verkoop binnen 8 jaar na aankoop. Tot voor kort gold echter als uitgangspunt dat meerwaarden op financiële activa in de privésfeer in beginsel onbelast bleven. De nieuwe wet verlaat dat uitgangspunt, en dát verklaart waarom zij voor veel belastingplichtigen aanvoelt als een fundamentele koerswijziging.
Concreet voorziet de wet in drie regimes: een uitzonderingsregime voor interne meerwaarden aan 33%, een bijzonder regime voor aanmerkelijk belang participaties (≥ 20%) met tarieven van 0% tot 10%, en een algemeen regime van 10% voor alle overige gevallen. Daarnaast geldt een jaarlijkse voetvrijstelling van € 10.000 per belastingplichtige.
2. De impact op de maatschap
Een maatschap heeft geen rechtspersoonlijkheid en is fiscaal transparant: de fiscale gevolgen van transacties werken door naar de achterliggende vennoten als natuurlijke personen. Die transparantie – voorheen een fiscaal voordeel – maakt de maatschap nu bijzonder gevoelig voor de nieuwe regeling.
Oprichting
Een inbreng in een maatschap is in principe een fiscaal neutraal gegeven (een zogenoemd “non-event”) omdat de maatschap geen apart rechtssubject is en de zakelijke rechten in onverdeeldheid bij de vennoten blijven. Er is slechts een realisatiemoment wanneer er sprake is van een zogenoemde “impliciete ruil”: dat wil zeggen wanneer een vennoot bij de inbreng een gerechtigdheid verwerft in een actief dat hem voordien niet toebehoorde. Wie dezelfde activa in dezelfde verhouding inbrengt, ruilt niets en realiseert niets. Dit criterium is bepalend voor de beoordeling van zowel de inbreng als de verdeling.
Een bijzondere situatie doet zich voor wanneer personen die reeds samen onverdeeld eigenaar zijn van activa, beslissen die activa in een maatschap in te brengen. Zakenrechtelijk blijft de bestaande onverdeeldheid dan volledig behouden en vindt er geen eigendomsoverdracht plaats. Er is louter sprake van een inbreng in vennootschapsrechtelijke zin, maar er ontstaat geen realisatiemoment. Dit speelt bijvoorbeeld wanneer ouders eerst een aandelenportefeuille aan de kinderen schenken – waardoor een onverdeeldheid ontstaat – en zij die vervolgens samen inbrengen in de maatschap.
Concreet: Naargelang wie precies inbrengt en vanuit welke eigendomssituatie, kunnen meerdere realisatiemomenten ontstaan. Een grondige analyse vóór oprichting is dan ook geen overbodige luxe.
Tijdens het bestaan van de maatschap
Een schenking van de aandelen van een maatschap vormt geen belastbaar realisatiemoment. Dat is anders wanneer kinderen de aandelen aankopen van de ouders: dan is er sprake van een overdracht onder bezwarende titel en realiseert de verkopende ouder een belastbare meerwaarde.
De fiscale transparantie biedt ook een voordeel: de meerwaarden die de maatschap realiseert op haar activa worden toegerekend aan elk van de vennoten afzonderlijk, zodat iedere vennoot zijn eigen vrijstelling van € 10.000 kan benutten. Concreet voorbeeld: een maatschap waarvan de aandelen geschonken zijn aan drie kinderen realiseert een totale meerwaarde van € 45.000. Elk kind ontvangt fiscaal € 15.000 toegerekend en past zijn vrijstelling toe – waardoor slechts € 5.000 per kind belastbaar blijft.
Opgepast: wanneer aan een schenking van de aandelen van een maatschap een last wordt gekoppeld (bv. een lijfrente of een vast bedrag), blijft de overdracht in principe belastingvrij. Maar als de financiële omvang van die last de waarde van de geschonken activa benadert of overschrijdt, dreigt de kwalificatie als schenking te vervallen en kan de transactie geherkwalificeerd worden als een overdracht onder bezwarende titel – met meerwaardebelasting tot gevolg.
Concreet: Wanneer ouders bijkomende activa inbrengen in de bestaande maatschap, wijzigt het aandeel van de kinderen in de onverdeeldheid. Dit kan voor de niet-inbrengende kinderen een realisatiemoment doen ontstaan en hen een belasting opleggen op een theoretische meerwaarde die zij feitelijk nog niet hebben ontvangen. Schenkingen met lasten vereisen bijzondere aandacht.
Uittreding: risico op dubbele heffing
Wanneer de maatschap beleggingen verkoopt om de uittredende vennoot uit te kopen, betalen alle vennoten reeds meerwaardebelasting via de fiscale transparantie. Vervolgens treedt de uittredende vennoot uit tegen betaling van een prijs, wat opnieuw een belastbaar realisatiemoment vormt. Dubbele heffing op dezelfde waardestijging is daardoor niet uitgesloten.
Concreet: Bij uittreding of ontbinding (tenzij elke vennoot zijn eigen proportie in dezelfde activa terugneemt, dan is er immers geen impliciete ruil en dus geen belastbaar realisatiemoment) kunnen de fiscale gevolgen aanzienlijk zijn, ook zonder dat er effectieve liquiditeiten vrijkomen. Overleg vóóraf is cruciaal.
3. Schenkingen en erfenissen
Schenkingen en verervingen vormen geen overdracht onder bezwarende titel en zijn in principe vrijgesteld van meerwaardebelasting. De fiscale rekening verdwijnt daarmee echter niet: wanneer de begiftigde of erfgenaam het actief later verkoopt, wordt de belastbare meerwaarde berekend op basis van de historische aanschaffingswaarde van de schenker of overledene – niet op basis van de waarde op het moment van de schenking of het overlijden.
Voor activa verworven vóór 1 januari 2026 kan de begiftigde of erfgenaam opteren voor de historische waarde op 31 december 2025 (het zogenoemde “fotomoment”) als aanschaffingswaarde. Dat is een strategische keuze die best uitdrukkelijk in de planning wordt meegenomen. Voorzichtigheid is daarbij geboden: een hogere fotomoment-waarde verlaagt weliswaar de toekomstige meerwaardebelasting, maar diezelfde hoge waarde kan de erfbelasting verhogen. Belangrijk is ook dat de doorrol van de aanschaffingswaarde niet beperkt blijft tot de rechtstreekse rechtsvoorganger. Men kan de volledige keten van rechtsvoorgangers opklimmen tot er een aanschaffingswaarde gevonden wordt. Als A een financieel actief schenkt aan B, en B dat nalaat aan C, kan C voor de berekening van de meerwaarde teruggrijpen naar de oorspronkelijke aanschaffingswaarde in hoofde van A.
Concreet: Wie vandaag schenkt, verlegt de belastingrekening, hij schrapt ze niet. De fiscale klok tikt verder bij de rechtsopvolgers.
Verdeling na schenking of overlijden
Een latere verdeling van activa die meerdere personen samen hebben geërfd of gekregen, heeft een declaratief karakter en valt daardoor in principe buiten het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting – ook wanneer de verdeling gepaard gaat met een opleg. Belangrijk daarbij is het onderscheid tussen de louter formele verdeling – waarbij de onverdeeldheid in stand blijft en er geen eigendom wordt overgedragen – en de echte uitonverdeeldheidtreding, waarbij het aantal personen met een zakelijk recht effectief vermindert. Enkel in dat laatste geval kan een meerwaarde worden verwezenlijkt.
De wet voorziet in een specifieke vrijstelling voor uitonverdeeldheidtredingen binnen de 3 jaar na overlijden, echtscheiding of beëindiging van de samenwoning. De minister heeft tijdens de parlementaire bespreking bevestigd dat die vrijstelling ruim moet worden geïnterpreteerd: zij geldt niet enkel voor de verdeling van de nalatenschap zelf, maar ook voor de verdeling van een reeds bestaande contractuele onverdeeldheid waarbij de overledene in enige hoedanigheid betrokken was (bv. als schenker, mede-eigenaar of begiftigde). Zo kan de verdeling van een maatschapsonverdeeldheid – ook al vloeide die voort uit een vroegere schenking – toch van de vrijstelling genieten, mits ze plaatsvindt binnen de 3 jaar na het overlijden van een medecontractant. Die vrijstelling is evenwel een uitstel, geen definitieve bevrijding: bij een latere verkoop zal alsnog meerwaardebelasting verschuldigd zijn op basis van de oorspronkelijke aanschaffingswaarde.
Concreet: Zodra een deelgenoot activa ontvangt die hij niet reeds als mede-eigenaar bezat, kan de transactie alsnog als een overdracht onder bezwarende titel worden gekwalificeerd. De concrete modaliteiten van een verdeling verdienen dan ook fiscale begeleiding.
4. Besluit
De nieuwe meerwaardebelasting maakt de maatschap niet achterhaald, maar verhoogt de fiscale complexiteit aanzienlijk. De transparantie die de maatschap fiscaal aantrekkelijk maakte, werkt nu ook in haar nadeel: realisatiemomenten kunnen sneller ontstaan dan verwacht, ook zonder dat er effectief liquiditeiten vrijkomen. Daarbij doet zich een structureel nadeel voor dat eigen is aan de maatschap: waar aandelen van een vennootschap mét rechtspersoonlijkheid in exclusieve eigendom aan elk kind afzonderlijk kunnen worden geschonken, is dat bij maatschapsdeelbewijzen onmogelijk. Een schenking van deelbewijzen is steeds een schenking van de onderliggende onverdeelde boedel. Wat in onverdeeldheid is, moet ooit verdeeld worden, en net dáár dreigt de nieuwe meerwaardebelasting roet in het eten te gooien, zeker voor familiale vennootschappen die van generatie op generatie worden doorgegeven.
Overweegt u een maatschap op te richten, een bestaande structuur te herbekijken of familiale vermogensplanning uit te werken in het licht van de nieuwe meerwaardebelasting? Onze vermogensadvocaten bekijken graag samen met u welke impact de nieuwe regeling heeft op uw concrete situatie en hoe uw planning daarop best kan worden afgestemd.
